Egels brengen de winter voor het grootste deel slapend door. In de herfst bouwen de dieren door veel te eten een vetreserve op, zodat ze gezond en dik aan hun winterslaap kunnen beginnen. Ze doen dat in een holletje in een verscholen nest van droge bladeren onder struiken of in blader- of afvalhopen. Tijdens de winterslaap daalt de lichaamstemperatuur van de egels sterk - van 35,4 ºC naar 1,0 tot 5,0 ºC - en ook de hartslag en de ademhaling lopen flink terug – de hartslag daalt van 180 naar 9 slagen per minuut, de ademhaling van 45 naar 3 keer per minuut.
Gedurende de winterslaap verliezen egels bijna 25 procent van hun lichaamsgewicht. In maart, april ontwaken de dieren weer uit hun winterslaap. Gedurende erg zachte winters kunnen egels soms tussentijds ontwaken. De temperaturen zijn dan voor egels te hoog om weer in winterslaap te gaan, terwijl er slechts een beperkt voedselaanbod is. De dieren moeten dan zien te overleven op hun vetvoorraad.